De vraagstukken die door de deelnemers worden voorgelegd zijn bijvoorbeeld:
- moeite met communicatie;
- je doelstellingen niet halen;
- je afvragen of je nog zo door wilt gaan;
- de balans werk/privé niet in orde hebben;
- botsen met je baas of met een collega,
- je mening niet durven geven of juist doordrukken;
- problemen hebben met je rol als leidinggevende;
- niet kunnen kiezen oftewel ‘option paralysis’;
- moeilijk met kritiek kunnen omgaan;
- niet aan de verwachtingen (van jezelf, je baas of je omgeving) voldoen;
- te weinig vrijheid ervaren;
- moeite hebben met veranderende rollen of functie-inhoud;
- het gevoel hebben voortdurend gepasseerd te worden;
- reacties van anderen niet begrijpen;
- merken dat je collega’s je bedoeling steeds maar niet begrijpen;
- je stemming de kwaliteit van je werk laten bepalen;
- regelmatig het gevoel te hebben niet te weten wat je moet doen.